De helft minder grondstoffen gebruiken in 2030. Dat is het duidelijke doel van de gemeente Rotterdam. Aan die circulaire ambities werd al tussen 2019 en 2023 gewerkt in het programma ‘Van Zooi naar Mooi’. Tijdens dit programma zijn veel experimenten uitgevoerd. Met het programma 2023-2026 zet Rotterdam de volgende stap: opschaling en verankering binnen de hele organisatie. Experimenteren en leren blijven belangrijk, maar circulair werken wordt steeds meer een vaste werkwijze.
Circulariteit is voor Rotterdam geen losstaand beleid, maar maakt onderdeel uit van bredere duurzaamheidsambities zoals CO₂-reductie en slimmer gebruik van materialen. Circulariteit wordt daarom steeds vaker als norm gehanteerd in stedelijke ontwikkeling en infrastructuurprojecten. Dit betekent dat bestaande materialen een tweede leven krijgen en dat de gemeente actief regie voert op de inkoop van materialen.
Door zelf inkoopcriteria vast te stellen en circulariteit structureel te verankeren in de aanbestedingen voor materialen voor de buitenruimte, zorgt Rotterdam ervoor dat hergebruik een vanzelfsprekend onderdeel wordt van bouw- en onderhoudsprojecten in de GWW-sector.
In de praktijk: een tweede leven voor vrijgekomen buizen
Rotterdam heeft een concreet voorbeeld van circulair werken: het hergebruik van betonnen rioolbuizen. Die zijn vrijgekomen bij rioolvervangingsprojecten. Die hadden afgevoerd kunnen worden naar de puinrecycling, maar in plaats daarvan worden ze ingezet als basis voor een nieuwe natuurvriendelijke oever van Rijkswaterstaat. De eerste resultaten van deze gezamenlijke pilot zijn positief. Ze wijzen erop dat deze aanpak verspilling kan verminderen en milieukosten kan verlagen.





